woensdag 23 mei 2012

news logo

news menu leftnews menu right

Mahjong in donker Tokio PDF Afdrukken E-mailadres
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 
Geschreven door Martin Rep   
woensdag 01 juni 2005 14:23
Tieners in nachtelijk TokioMiljoenen Japanners spelen mahjong. Na gedane arbeid ontspannen ze zich met hun favoriete spel en veranderen stapels yen van eigenaar. Een reis door nachtelijk Tokio: drie Nederlanders en een Amerikaan op zoek naar mahjongsalons. “Mahjong? Dat is toch iets voor de Playstation?”

Verbaasd, nog net beleefd kijkt de man ons aan. Hij moet al een eind in de vijftig zijn, misschien wat ouder. De dunne, gele huid spant om zijn schedel. Het woord ‘mahjong’ zoals wij het uitspreken verstaat hij niet. Pas als een van ons een foto laat zien van mahjongstenen, krijgt hij door wat wij bedoelen. “Mahjong!”
“Kunt u ons vertellen waar we dat kunnen spelen?”
Dan trekt de verbazing over zijn gezicht. Westerlingen die mahjong spelen? Hij schudt zijn hoofd. “Nee, ik weet het niet.”
“Speelt u zelf geen mahjong?”
Als hij het een al onbeleefde vraag vindt, laat hij het niet blijken. “Nee, ik speel geen mahjong. Vroeger wel, maar ik heb nu geen tijd meer. I am sorry.”
Hij wijst ons naar de plattegrond van de metro van Tokio, alsof daarop adressen van mahjongsalons zouden staan, lacht vriendelijk, buigt en loopt weg.
Japanse maaltijdWe zijn met z’n vieren op zoek in nachtelijk Tokio naar een plek om mahjong te spelen. Wij: drie Nederlanders en één Amerikaan. Dicky, mijn  vrouw. Betsie, onze vriendin. Ik ben Martin. We zijn naar Japan gekomen toen we hoorden dat daar voor het eerst een wereldkampioenschap in ons favoriete spel werd gehouden. Daar ontmoetten we Tom uit San Francisco, al net zo gek als wij op het spel, en al net zo kansloos als wij tegen de cracks uit Zuidoost-Azië. Dagenlang hebben we het gespeeld, in een vriendschappelijke, internationale competitie. Nu willen we zien hoe de Japanners het onderling spelen, de stapeltjes yens over de tafel schuiven en hoe hoog de inzetten zijn. De moeilijkheid is alleen waar we moeten wezen.
Tom spreekt een beetje Japans en hij laat zich ook het minst uit het veld slaan door de vriendelijk-beleefde afwijzingen van elke Japanner die we vragen stellen over mahjong. “Ik weet misschien wel een mahjongsalon”, zegt Tom. “Volg me maar.”
Met z’n vieren lopen we door het gigantische metrostation. Tom lijkt zeker van zijn zaak.

***

Mahjong is een Chinese uitvinding. Tegen het einde van de negentiende eeuw ontwierp een handwerksman in de stad Ningbo, krap honderd kilometer ten zuiden van Sjanghai, een spel dat was gebaseerd op een aantal kaartspelen die al veel langer in China werden gespeeld. Op blokjes van bamboe zwaluwstaartte hij met grote precisie even grote blokjes runderbot. Op het been graveerde hij Chinese karakters. Hij maakte drie series met stenen die, net als bij het westerse kaartspel, werden genummerd: van 1 tot en met 9.
Naast die genummerde stenen maakte hij een aantal bijzondere stenen, die edelstenen worden genoemd. Eerst de vier winden: de Oostenwind, de Zuidenwind, de Westenwind en de Noordenwind. De andere edelstenen kregen bijzondere symbolen. Een kreeg het symbool voor centrum, midden, dat tevens het symbool voor China zelf is. Een andere kreeg het symbool voor vooruitgang of voorspoed. De laatste steen uit deze serie liet hij helemaal blanco. Toen de westerlingen enkele tientallen jaren later het spel ontdekten en zich massaal overgaven aan de fascinatie van het mahjongspel, noemden zij die laatste serie ‘draken’. Maar met draken hebben die symbolen dus helemaal niets te maken.
Het spel bevatte van elke steen vier exemplaren. De handwerksman voegde er daarnaast nog acht stenen toe: vier ‘bloemen’ en vier ‘seizoenen’. Die stenen hadden geen functie in het spel, maar ze konden gebruikt worden om de geluksfactor te verhogen.
Het doel van het spel in zijn meest eenvoudige vorm was vier series van drie stenen te vormen en een sluitpaar van twee gelijke stenen. Wie zijn drie tegenstanders te slim af was en dat het eerst voor elkaar kree, was winnaar.
Spel van de keizer van ChinaDe Chinezen hadden weinig aansporing nodig om het mahjongspel te gaan spelen. Want mahjong was dan wel ontworpen als een spel van berekening en intelligentie, maar de Chinezen, goklustig als ze zijn, hadden al gauw door dat het spel een onvermoede kant had, die zowel het succes als de ondergang ervan betekende: je kon er fantastisch mee gokken.
Aanvankelijk waren de luxueus uitgevoerde spellen zo duur dat ze alleen aan het hof en door de adel betaald konden worden. De keizer van China had een prachtig, met parelmoer ingelegd spel, waarvoor been niet goed genoeg was en kostbaar ivoor werd gebruikt. Zijn vrouw de keizerin had hetzelfde spel, maar een slag kleiner, zodat ook zij de stenen in haar verfijnde handen kon vasthouden.
Het hof speelde mahjong, de mandarijnen, ridders en eunuchen speelden mahjong. En toen de spellen goedkoper werden, speelde het hele land mahjong. Er werd gemahjongd in Chinese theetuinen en in de donkere speelholen van Sjanghai.
In die laatste omgeving trok het rond 1920 de aandacht van een Amerikaanse gelukzoeker, Joseph Babcock. Hij zag al snel wat voor enorme mogelijkheden dit spel zou hebben als hij het in zijn vaderland zou kunnen introduceren. Hij bestelde bij een aantal werkplaatsen speciale sets,waarop naast de Chinese symbolen westerse letters en cijfers werden gegraveerd, zodat ze ook door Amerikanen en Europeanen begrepen konden worden. Op de windstenen liet hij de letters E, S, W en N graveren voor East, South, West en North. De steen met het rode symbool voor China noemde hij de rode draak, de steen met het groene symbool voor vooruitgang werd de groene draak, de blanco steen kreeg toen maar de naam witte draak mee. De Amerikanen vielen als een blok voor die exotische stenen met hun prachtige karakters en benamingen en begonnen massaal mahjong te spelen.
Op hetzelfde moment dat de westerse wereld het spel omarmde, werd het ook een doorslaand succes in Japan, dat zich altijd sterk aangetrokken heeft gevoeld tot de Chinese cultuur. Bovendien zagen de Japanners, net als de Chinezen, de mogelijkheid om mahjong als gokspel te gebruiken. Amerikanen speelden het tijdens lange, uitgebreide, nachtelijke sessies, waarbij lekker eten voorop stond. In Nederland werd de doos omgekeerd op het Perzisch tafelkleed en speelden de middenstand het onder de lamp voor pinda’s of Monopoly-geld (het spel was veel te duur voor arbeiders). Maar in Japan speelden de nieuwe mahjongverslaafden het dagen achtereen voor een flinke inzet. En dat bleven ze doen, ook toen het Westen zich al na een paar jaar afwendde van de rage wegens gesteggel over de spelregels, en al werd het in China verboden toen de communisten er in 1949 aan de macht kwamen en het gokken met wortel en tal wilden uitroeien.

***

In de metro van TokioDe metrotrein rijdt met grote snelheid onder de stad door. Tom raadpleegt af en toe de kleine plattegrond, die hij in de borstzak van zijn colbert heeft. Gelukkig is de metro van Tokio zo goed als tweetalig. Overal worden we getrakteerd op Engelse opschriften. Toms kennis van het Japans is beperkt, al is die in onze ogen indrukwekkend. Hij legt uit dat het Japanse schrift voor een groot deel bestaat uit Chinese karakters, kanji, die hij ook niet kan lezen. Wij zijn al heel trots als we een paar karakters ontcijferen. Dankzij onze kennis van het mahjongspel kennen we het teken voor Oost. Gecombineerd met de kanji voor ‘hoofdstad’ staat het het voor Tokio: ‘hoofdstad van het oosten’. Net zoals het teken voor noordenwind, gecombineerd met de hoofdstad-kanji, ‘hoofdstad van het noorden’ oftewel Beijing oplevert.
Als westerse begrippen, zoals onze namen, in het Japans worden overgezet, gebeurt dat met heel andere symbolen, die ‘westerse’ karakters worden genoemd. Die kan Tom wel lezen en – als we hem mogen geloven – ook uitspreken. Hij leest tenminste mijn naam voor zoals die door een Japanner is opgeschreven op mijn visitekaartje.
Voordat Tom zijn kleine college kan vervolgen, stopt de trein opnieuw. Hier moeten we eruit, wijst Tom. “Als ik me niet sterk vergis, heb ik hier een paar jaar geleden een mahjongsalon gezien.”
De roltrap brengt ons naar boven. Vlak bij de metro-uitgang staat een flink flatgebouw. Hier schijnen we te moeten zijn.
“Ik weet niet of ze ons binnenlaten”, zegt Tom. “Laat in ieder geval duidelijk jullie ID-cards van het mahjongtoernooi zien. En we moeten maar net doen of we om geld komen spelen, anders vinden ze het maar raar.” We lopen een paar trappen op. Tom knikt ten teken dat we goed zitten en wijst op een deur. “Hier is het.” Hij zoekt naar een bel, maar die is er niet. Hij klopt aan.

***

Geschat wordt dat in Japan een kleine twintig miljoen mensen mahjong spelen. In Tokio alleen al moeten tientallen mahjongsalons zijn, waar mensen na een drukke werkdag of in het weekeinde elkaar ontmoeten. Doordat mahjong sterk wordt geassocieerd met gokken, lopen niet veel Japanners ermee te koop, zeker niet tegenover buitenlanders. Als je door Tokio loopt, kom je nogal eens pachinko-hallen tegen, waar mensen hun salaris verspelen in machines waar stalen balletjes een geheimzinnige rondedans maken over stalen pennen. Daar gaan per jaar vele miljarden in om.
Mahjong gaat om kleiner geld en wordt over het algemeen door de wat oudere generatie gespeeld. De jongeren kennen het spel wel, maar eigenlijk alleen van videomachines als de Sony Playstation. Ze weten nauwelijks dat mahjong in het echt wordt gespeeld door vier mensen aan een tafel met behulp van 144 kaarten die vooral doen denken aan dominostenen. John O’Connor, een jonge Japans/Amerikaanse acteur die tijdens ons verblijf in Tokio tweede werd op het wereldkampioenschap, vertelde me dat hij verbaasd was toen hij een aantal van zijn vrienden met de stenen in de weer zag. “Dat was mahjong! Ik kende het spel allang, maar alleen van de Playstation!”
Veel spelers verenigen zich in clubs, waarvan een groot aantal is aangesloten bij een koepel, die op z’n Engels JMOC heet: Japanese Mahjong Organizing Committee. Het is een van de organisaties die het wereldkampioenschap, waarvoor we naar Japan zijn gekomen, mede mogelijk maakten.
Dat mahjong in Japan niet om echt groot geld gaat, blijkt wel uit het feit dat er, ondanks de grote aantallen mensen die het spelen, niet veel echte beroepsspelers zijn die ervan kunnen leven.  Er zijn gewoon niet voldoende toernooien met een flink prijzengeld om er een salaris op te kunnen bouwen. Ryan MorrisEen van de zeldzame professionals is Mai Hatsume, de charmante jonge Japanse die de regereend wereldkampioen is. Dan zijn er nog een paar spelers die mahjong als beroep uitoefenen. Ryan Morris bijvoorbeeld leeft goeddeels van mahjong. Hij woont in Tokio, is van Japans/Amerikaanse afkomst en doet van tijd tot tijd free-lanceklussen voor de JMOC. Zo maakte hij voor Take Shobo, de grote uitgeverij van mahjong-mangastrips, een samenvatting van het officiële Chinese spelregelboek van de nieuwe Chinese ‘mahjongsportregels’ die de regering van China in 1998 opstelde toen het verbod op mahjong werd opgeheven. Die samenvatting werd gebruikt op het wereldkampioenschap mahjong en ligt ook ter tafel tijdens het Open Europees Kampioenschap Mahjong, dat deze zomer in Nijmegen wordt gehouden.
Als voorbeelden van echte beroepsmahjongspelers noemt hij Aki Nikaido, van wie hij het maandinkomen schat op 400.000 yen (3.000 euro), en Yoko Watanabe, met een geschat maandinkomen van 300.000 yen (2.100 euro). Daarvoor moeten ze ook taken beoefenen als het promoten van mahjongsalons, het schrijven van dagelijkse rubrieken met tips en adviezen over mahjong in sportkranten en scenario’s schrijven voor mahjong-stripverhalen, of op tv verschijnen in talkshows of om commentaar te geven op belangrijke mahjongwedstrijden.
Wereldkampioene Mai Hatsume verdient een redelijke boterham aan de mahjongtafel zelf, maar heeft daarnaast een inkomen als tv-commentator en coauteur van mahjongrubrieken. Samen met Ryan Morris schrijft ze bijvoorbeeld een mahjongrubriek in het razend-populaire Kindai Magazine, een blad dat twee maal per maand verschijnt en dat zo’n beetje helemaal is gevuld met mahjong-mangastrips.
Daarnaast is er een flinke groep amateurs, die Ryan Morris als ‘gediplomeerde spelers’ beschouwt. Ze spelen mee in competitiewedstrijden en verdienen daar aardige premies mee. Hoe succesvoller ze zijn, hoe meer kans ze maken om, net als de echte mahjongtop, in dienst genomen te worden bij mahjongsalons of medewerker te worden van bladen of op te treden in tv-shows. En af en toe worden ze door de JMOC opgeroepen om demonstraties te geven en de populariteit van het mahjongspel te vergroten.

***

Komen we in een duister speelhol terecht waar de  bankbiljetten heen en weer gaan over de mahjongtafels en de messen worden geslepen? De Japanse bediende die de deur voorzichtig opent is niet gewend aan westers bezoek, maar Tom steekt meteen zijn babbeltje af. We hebben onze ID-cards van het wereldkampioenschap schijnbaar achteloos om de nek hangen.
Het wereldkampioenschap mahjong? De bediende van de salon zou ongelovig kijken als dat niet onbeleefd zou zijn. Gelukkig hebben we een paar extra badges meegenomen waarop – in het Japans – wel degelijk staat dat er op dit moment in Tokio een wereldkampioenschap wordt gehouden. Daar heeft de man nog nooit van gehoord en vol ontzag laat hij ons binnen. We kunnen plaatsnemen aan een mahjongtafel en krijgen flessen water en blikjes cola overhandigd. Uitleggen hoe we met de tafel moeten omgaan hoeft niet meer, want overdag hebben we al kennis gemaakt met het fenomeen van de elektronische mahjongtafel.
In een mahjong-salon in TokioTom duwt de bediende nog een programmaboekje van het toernooi in handen, waarin ook onze foto’s staan bij de lijst van deelnemers. De man moet nu wel het idee hebben dat hij met echte mahjong-celebrities heeft te maken. Straks mogen we onze handtekeningen bij onze foto’s zetten.
We kijken nieuwsgierig om ons heen. Als onze binnenkomst al de verbazing heeft opgewekt bij de andere spelers, laten ze het niet merken. Ze knikken vriendelijk en gaan onverstoorbaar door met hun spel. Er liggen geen bankbiljetten op tafel en er wordt niet geschreeuwd. Er klinkt wat rustige muziek. Er wordt stug gerookt, zodat een soort nevel hangt in het door tl-balken verlichte lokaal.
Even heb ik niet opgelet: de tafel begint te schudden. Heeft Tom er geld ingegooid? Voor ik het hem heb kunnen vragen, staan vier rijen mahjongstenen voor ons: de Chinese Muur.
Een van de tijdrovende klussen tijdens het spelen van mahjong is het opbouwen van de muur. Het spel bestaat, afhankelijk van de beoefende variant, uit 136 of 144 stenen. Thuis moeten we die met de hand roeren, waarna we een vierkant van twee stenen hoog en zeventien (of achttien) stenen breed opbouwen. Dat houdt het spel maar op, vinden de Japanners. Lang geleden ontwikkelden ze daarom mahjong-schudmachines. Die zorgen voor het roeren van de stenen en het opbouwen van de muur. Enkele seconden nadat een spel is afgelopen en de punten geteld zijn, staat er al, pats-boem, een compleet nieuw spel klaar, met  een keurig vierkant, als langs een liniaal getrokken. Gedurende de eerste minuten dat de spelers aan hun nieuwe ronde beginnen, klinkt vanuit het binnenste van de schudmachine een vaag gerommel. De stenen waarmee ze zojuist hebben gespeeld, worden geschud en tot een nieuwe muur opgebouwd. In elke machine bevinden zich namelijk twee spellen mahjongstenen: een waarmee wordt gespeeld en een dat wordt voorbereid voor het volgende spel. De machines maken gebruik van stenen waarin kleine magneten zitten, zodat de muren altijd worden opgebouwd met de beeldzijde naar beneden.
Sommige machines zijn slimmer dan andere. We spelen met de gebruikelijke stokjes die als speelgeld worden gebruikt, en die na afloop worden ingewisseld voor echt geld. Het aantal ogen geeft de waarde aan. Maar de stokjes in deze machine zijn bovendien voorzien van chips. Ik kan op een display in de rand van de tafel precies zien hoeveel punten Dicky, Tom en Betsie hebben.
De Japanse spelers achter ons zijn volop verdiept in hun spel. Het is een huiselijk, rustig tafereel. Ik concentreer me op mijn eigen spel. Als de oudste speler mag ik voor het eerst de dobbelstenen werpen om te bepalen waar de muur wordt geopend. Al gauw heeft het mahjong ons weer te pakken, ook al doen wij maar net alsof wij om geld spelen. Buiten waakt en feest nachtelijk Tokio. Ik bedenk dat er in de miljoenenstad op duizenden plaatsen op dit moment mahjong wordt gespeeld. Net zoals wij, met z’n vieren. Aan keukentafels, aan chic ingelegde mahjongtafels of aan elektronica zoals hier. Het geeft een vredig gevoel. Oh, Oost is Oost en West is West, en hier ontmoeten de twee elkaar.

Informatie over mahjong wordt verstrekt door de Nederlandse Mahjong Bond, www.mahjongbond.nl
 

Lees ook: Het Mahjong Museum

Laatst aangepast op maandag 14 december 2009 22:28
 

Advertentie

Banner

Mahjong News | Copyright © 1997-2012 | Over Ons | Sitemap