|
 BERLICUM - Voor de organisatoren van een toernooi is het prettig, al was het maar om uit de kosten te komen, dat er zoveel mogelijk mensen zich inschrijven. Het helpt als een toernooi is aangewezen om mee te tellen voor een kwalificatie voor deelname aan een groot internationaal toernooi, zoals een wereldkampioenschap of Europees kampioenschap. Dat tonen de toch wat geringe aantallen deelnemers aan de toernooien ‘om niet’ in Uden en Rotterdam: slechts 56. Voor deelname aan het wereldkampioenschap in Utrecht in 2010 zijn zes toernooien in 2009 aangewezen die meetellen voor de kwalificatie. Kandidaten moeten aan minimaal vier toernooien deelnemen en het gemiddelde van de plaats in de uitslagen is bepalend. Vooralsnog zijn er 28 plaatsen beschikbaar voor de Nederlanders. Percentiel
Met nog één kwalificatietoernooi voor de boeg, het Daja/Dertien Wezen toernooi in Berlicum, is het de vraag of het eigenlijk wel zo verstandig is om daaraan deel te nemen. Want waarom zou je de deelname aan een groot internationaal toernooi op het spel zetten door aan een relatief klein nationaal toernooi deel te nemen? Enkelen kunnen het zich veroorloven. Zelfs als ze als laatste in het toernooi eindigen, dan nog is hun gemiddelde voldoende om zich te kwalificeren. Dat geldt grofweg voor de nummers 1 t/m 10 in de tussenstand na IJsselstein. (zie tabel hieronder)
Voor de spelers daarna wordt het riskant. Want om zich te verbeteren moeten ze wel bij de bovenste helft in de uitslag zitten. Als de lijst van onderaf wordt bekeken, en de hongerigen op plaats 24 en lager virtueel met 99 punten worden beloond, dan is te zien dat het gemiddelde niet verder zal reiken dan 63. Zit je in de tussenstand nu al boven de 63, dan is het verstandig om in het geheel niet mee te doen in Berlicum. De spelers op plaatsen 11 t/m 16 kunnen, om zeker te zijn van deelname aan het WK in Utrecht , zich even verbijten en thuisblijven op 22 november. Omdat toch geldt dat er meer dan het 50ste percentiel gescoord moet worden om het gemiddelde te verbeteren is een eigen inschatting hiervan voor de plaatsen 17 t/m 28 van belang. Denk je dat je bij het linker rijtje kunt scoren op het toernooi, doe dan mee. Anders is het wellicht verstandig de gok te nemen en thuis af te wachten wat de concurrentie doet. Want eindig je in het rechter rijtje, dan is deelname in Utrecht zeer twijfelachtig. Van deze spelers ‘moet’ alleen Piet Scholte, want hij moet zijn vierde toernooi nog spelen. Maar het zou zomaar kunnen zijn dat de nummers 11 t/m 28, ofwel zeventien spelers, deze analyse volgen en zich thuis verschansen en op hun vingers blijven zitten. Voor de zekerheid. Want wat wordt liever gemist: een eendaags nationaal toernooi in Berlicum of een uniek internationaal evenement van drie dagen in Utrecht?
De tussenstand in de WK-kwalificatieAchter de namen is vermeld of zij zich hebben aangemeld voor het beslissende toernooi Daja / Dertien Wezen in Berlicum (opgave van de website van het toernooi, stand per 13 oktober) NB: Het bestuur van de mahjongbond heeft de score van Franz Korntner teruggebracht tot 50,9 percentiel. Zijn uitslag in het Negen Poorten Toernooi is op 0 gezet wegens het zonder afbericht niet verschijnen.
| 1 | Eveline Broers | 87,3 | ja
| | 2 | Wim Rijnders | 78,0 | ja
| | 3 | Gerda van Oorschot | 77,5 | ja
| | 4 | Bert Claessen | 76,5 | nee
| | 5 | Diana Westdijk | 74,6 | ja
| | 6 | Anton Kösters | 73,2 | ja
| | 7 | Anneke Keyl | 71,9 | ja
| | 8 | Yvonne van der Heide | 70,9 | ja
| | 9 | Désirée Heemskerk | 70,2 | ja
| | 10 | Chris Scheffler | 68,8 | ja
| | 11 | Zeger de Jong | 68,5 | nee
| | 12 | Janco Onnink | 67,3 | nee
| | 13 | John Kuijpers | 64,4 | ja
| | 14 | Conny Scheffler | 64,1 | ja
| | 15 | Wil Meijer-Kal | 63,4 | ja
| | 16 | Gertjan Davies | 60,9 | ja
| | 17 | Gert van der Vegt | 60,0 | nee
| | 18 | Piet Scholte | 56,6 | ja
| | 19 | Adrie van Geffen | 55,9 | ja
| | 20 | Leni Janssen | 55,4 | ja
| | 21 | Marianne Croeze | 55,0 | ja
| | 22 | Ton Rijnders | 54,5 | nee
| | 23 | Jaap Croeze | 54,4 | ja
| | 24 | Anita Neve | 53,8 | nee
| | 25 | Chris Janssen | 52,0 | ja
| | 26 | Janine Scholtemeijer | 51,4 | nee
| | 27 | Harry Kal | 51,2 | ja
| 28
| Franz Korntner (zie NB hierboven)
| 50,9
| ja | | 29 | Rudy Wong-Chung | 50,3 | ja
| | 30 | Petra Elferink | 49,7 | nee
| | 31 | Berry Heijn | 48,5 | ja
| | 32 | Albert de Bakker | 47,5 | ja
| | 33 | Sohana Ma Prem | 44,9 | ja
| | 34 | Ria Vlaar | 43,4 | nee
| | 35 | André Rijnders | 42,3 | nee
| | 36 | Ingrid Broeder | 41,6 | ja
| | 37 | Hans Rijnders | 37,2 | nee
| | 38 | Eric van Balkum | 36,4 | ja
| | 39 | Hanneke Morel | 36,1 | ja
| | 40 | Marco Kuijpers | 31,3 | ja
| | 41 | Dimphy van Grinsven | 27,7 | ja
| | 42 | Rob de Nooyer | 24,7 | nee
| | 43 | Jan Ketzer * | 0,0 | ja
| | 44 | Margareta Rooimans * | 0,0 | nee
| (Jan Ketzer en Margareta Rooimans zijn hier alleen pro forma opgenomen; zij hebben aan onvoldoende toernooien meegenomen en kunnen zich niet meer plaatsen.)
|