2012 opent met zege Rick van der LindenAMSTELVEEN, 14 januari - Mahjongjaar 2012 is geopend. Traditiegetrouw verrichtte het toernooi van de Kongrovers, sinds enkele jaren verplaatst van de hoofdstad naar Amstelveen, de aftrap. Rick van der Linden begon het nieuwe jaar goed door het toernooi op zijn naam te schrijven. Foto: de top-drie in Amstelveen, vlnr Janco Onnink, Rick van der Linden, Janine Scholtemeijer. Lees meer…
Gerelateerd
| Dat vermaledijde Bindstoernooi |
|
|
|
| Geschreven door Martin Rep |
| zondag 20 december 2009 17:16 |
|
Natuurlijk, het was een mooi idee geweest. Ik was nog voorzitter van de Nederlandse Mahjong Bond en op een van de vergaderingen kwam Marianne Croeze met het idee om een activiteit te bedenken ter versterking van de onderlinge band van de leden. Een bondstoernooi, noemde ze het, en iedereen vond het een goed plan. In de notulen kwam het met een tikfout terecht als het ‘bindstoernooi’ en die naam hebben we er sindsdien ingehouden. Het was immers een bindmiddel tussen de leden. Samen met Marianne deed ik de organisatie. Ik deed dat immers al zo vaak, een toernooitje meer of minder, dat deed er niet toe. Ik kocht voor elke variant drie prijzen, en nog drie voor de algemene rangschikking dus dat waren er twaalf in totaal. De penningmeester keek nogal zuinig, vooral toen de rekening binnenkwam van de locatie, de Akker in Hilversum. Maar die vonden we toch zo leuk en gezellig dat we er het jaar nadien weer zaten. Alleen met minder prijzen, want het moest uit de lengte of uit de breedte. Iedereen die bij de top-zoveel van elke categorie zat, kreeg een mahjong-bingokaart, en een leuke bingo besloot het toernooi. Ik was tevreden, want ik was ook nog het meest gelukkig bij de bingo en mocht de trofee mee naar huis nemen. Achteraf weer zure gezichten. Het vorig jaar te veel prijzen, nu te weinig. Terwijl ik steeds iedereen maar had voorgehouden dat het bij het Bondstoernooi om des keizers baard ging, en dat de prijzen niet zo belangrijk waren. Maar goed. Het jaar daarop had ik kans gezien de organisatie van het toernooi over te dragen aan medebestuurslid Chris Janssen. Eindelijk kon ik onbekommerd meespelen. Dacht ik. Bij aankomst in Rotterdam - goedkopere locatie - (erg lange reis, met uitvallende en vertraagde treinen, inclusief een uitgebreide bezichtiging van het baanvak Driebergen-Utrecht) hoorde ik van de organisator dat er een ongelukkig aantal deelnemers was. Als bestuurslid bleek ik automatisch reserve te zijn. Gelukkig had ik een mooi boek bij me, zodat ik toch de dag goed doorkwam. Kort daarna legde ik mijn functie als bestuurslid neer en nam ik en passent het besluit: nooit meer een bondstoernooi. Vandaar dat ik vorig jaar met Dicky de Weihnachtsmarkt in Düsseldorf bekeek op de dag van het bondstoernooi. Ook geen feest trouwens, het regende pijpestelen en Düsseldorf zag er zo treurig uit dat we om drie uur al weer in Nijmegen aan de borrel zaten. Maar nu. Het bondstoernooi zou plaatsvinden in Den Hommel in Utrecht, waar volgend jaar het WMC wordt gehouden, en dat leek me een goede gelegenheid het terrein eens te verkennen waar ik straks als verslaggever voor Mahjong News mijn werk mag doen. Dus toch maar weer eens ingeschreven. ‘Liefst alleen riichi’, liet ik weten bij de inschrijving, want daar concentreer ik me tegenwoordig op. En ziet - de stenen hadden mij lief. Ik ben inmiddels zo ver dat ik me niet meer verbeeld dat ik een goede speler ben. Ik speel mijn spel, heb zo’n beetje mijn tactiek. De ene keer win ik vet, de andere keer niet. Het mooie van riichi is dat je meestal kunt verhinderen dat je enorm verlies lijdt, tenzij je riichi (wachtend spel) hebt gedeclareerd, aangezien je goed verdedigend kunt spelen. Maar nu hadden de stenen mij lief. Niet bijzonder hoor, want echt hoge scores kreeg ik niet. Een keer vijf yaku voor chinitsu (zuiver spel) en een paar keer een handjevol dora’s (bonusstenen). Het was ook steeds spannend in de eindsprint. Tegen Ton Rijnders stond ik in het op een na laatste spel krap duizend punten voor en de stenen bezorgden mij honitsu (schoon) en fanpai (pung draken). Tegen Marianne Croeze stond ik in het laatste spel ietsje voor en speelde zij alles of niets met een gevaarlijke steen - een andere speler ging daarop uit en ik was de lachende eerste. Alleen Gerda van Oorschot bleef mij, ook in het laatste spel, voor; ze stond al voor en haalde in het laatste potje tsumo (winnen met een steen van de muur). ‘Je was gewoon goed, en geen schijn van kans om maar iets in de buurt te komen’, mailde Cor Hoogland me de volgende dag, gelijk met de foto’s van mij als gelukkige winnaar van het Bindstoernooi. Gelukkig, zeker. Maar ‘gewoon goed’? Heb de stenen lief als jezelf, dan zullen ze ook jou liefhebben. Dat is voor de mahjongspeler het grote en eerste gebod. En daaraan houd ik mij.
|
| Laatst aangepast op donderdag 14 januari 2010 18:59 |






Waarom Martin Rep zo’n hekel kreeg aan het bondstoernooi en uiteindelijk toch met de prijs naar huis ging.
